CRvB 28 juli 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN2808

Gelet op het feit dat voor betrokkene op 11 oktober 2005 reeds de maximale uitkeringstermijn van 52 weken ter zake van zijn uitval uit zijn arbeid als medewerker hoveniersbedrijf was verstreken, heeft appellant - naast de weigeringsgrond - ook de in artikel 29, vijfde lid, van de ZW neergelegde grond aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd. Als vaststaat dat op grond van artikel 29, tweede lid, van de ZW geen aanspraak op ziekengeld bestaat, dan kan aan het vijfde lid geen aanspraak op ziekengeld worden ontleend en kan het daarop gebaseerde beleid uiteraard evenmin tot toekenning leiden. Naar het oordeel van de Raad heeft appellant terecht bij het bestreden besluit de weigering van ziekengeld gehandhaafd. Vernietiging uitspraak. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen