CRvB 13 juli 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN2529

De Raad stelt vast dat op grond van artikel 22, aanhef en onder c en d, van de WWB (tekst per 1 januari 2007) de bijstandsnorm voor gehuwden van wie beide echtgenoten de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt en voor gehuwden van wie een echtgenoot 65 jaar of ouder is en de ander tussen de 21 en 65 jaar oud is, € 1.306,44 bedroeg. Dat bedrag is hoger dan de som van de bijstandsnorm voor gehuwden van 21 tot 65 jaar, € 1.246,19, en de langdurigheidstoeslag van € 478,-- op jaarbasis. Hieruit heeft appellant naar het oordeel van de Raad terecht afgeleid dat de in de Memorie van Toelichting genoemde inkomensverbetering voor de doelgroep van personen van 65 jaar of ouder ook is doorgevoerd voor gehuwden van wie een partner 65 jaar of ouder is en de ander tussen de 21 en 65 jaar oud is. Vast staat dat betrokkene op de peildatum ouder was dan 65 jaar, zodat niet aan het leeftijdsvereiste van artikel 36, aanhef, van de WWB is voldaan en betrokkene en zijn echtgenote niet in aanmerking kwamen voor een langdurigheidstoeslag. Vernietiging uitspraak. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl