CRvB 8 juli 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN2318

De Raad is, gelet op (de) verklaringen in onderling verband bezien, van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de zoon van appellant (ook) in de periode van 21 januari 2005 tot september 2005 bij appellant in Z. heeft gewoond. Dat betekent dat de (verhoogde) buitenlandtoelage in die periode niet onverschuldigd aan appellant is betaald en dat de commandant dus niet bevoegd was € 4.656,37 aan (verhoogde) buitenlandtoelage te verrekenen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen