CRvB 26 mei 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM7377

Appellant is als voogd van K. aangewezen. De moeder van K. is overleden. De biologische vader van K. heeft hem vlak na zijn geboorte erkend, maar heeft geen ouderlijk gezag uitgeoefend. Het niet uitoefenen van het ouderlijk gezag is niet het gevolg geweest van ontzetting daarvan. K. is geen ouderloos kind in de zin van de ANW. De Svb heeft terecht geweigerd een wezenuitkering toe te kennen. Appellant is er niet in geslaagd een gezamenlijk hoofdverblijf met de moeder van K. aannemelijk te maken. Er is dan ook geen sprake geweest van een gezamenlijke huishouding. Nu appellant niet kan worden aangemerkt als nabestaande in de zin van de ANW, heeft de Svb de aanvraag voor een nabestaandenuitkering terecht afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen