CRvB 27 mei 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM7322

Ten tijde van het ontslag was er sprake van een uitzichtloze situatie waarin van de minister redelijkerwijs niet kon worden verlangd het dienstverband voort te zetten. Wat betreft het aandeel van partijen in het ontstaan en voortbestaan van het conflict is de Raad van oordeel dat in de gedingstukken (...) aanwijzingen zijn te vinden dat appellant reden had zich onterecht beschadigd te achten door de wijze van optreden van de PSG. Daarbij moet worden vastgesteld, dat, naar ook door de minister is erkend, door het ministerie aanvankelijk weinig voortvarend is opgetreden om uit de ontstane impasse te komen. Anderzijds heeft ook appellant door zijn optreden bijgedragen aan het conflict (...). In het bijzonder de afwijzing van de niet onredelijke concept-overeenkomst van 10 oktober 2006 en het vervolgens afzeggen van een gesprek met de externe raadsman op 21 november 2006, kunnen appellant worden aangerekend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen