CRvB 3 juni 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM7235
Dienstopdracht tot ondertekening geheimhoudingsverklaring. Bestreden besluit is door de rechtbank vernietigd. Gelet op de imperatieve voorschriften van art. 802, lid 2, ARA en art. 2 Besluit verklaring geheim-houding, was de DWI niet bevoegd om betrokkene op te dragen een geheim-houdingsverklaring te ondertekenen die afwijkt van de verklaring die is vastgesteld in het formulier bij het Besluit. Gegeven het imperatieve karakter kan een bevoegdheid daartoe evenmin worden gebaseerd op art. 204, ARA. De Wbp en het bepaalde in en krachtens de Wet Suwi, schrijven appellant voor om passende maatregelen te treffen ter bevordering van het juiste gebruik van de databanken en ter voorkoming van misbruik ervan. Ondertekening van een geheimhoudingsverklaring zoals thans in geding kan daaraan op zichzelf zeker dienstig zijn. De Raad is echter uit de overgelegde stukken niet gebleken dat appellant, met voorbijgaan aan bepalingen van de voor de ambtenaar van toepassing zijnde rechtspositieregeling, concreet wordt voorgeschreven de medewerkers te verplichten een daarop betrekking hebbende geheimhoudingsverklaring te ondertekenen.
De uitspraak op rechtspraak.nl