CRvB 21 mei 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM5549
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant, gericht tegen de door de Minister voor appellant vastgestelde terugbetalingsverplichting vanaf 1 januari 2008, ongegrond verklaard. . Op grond van het bepaalde in artikel 6:11, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) is maatstaf voor de vaststelling van de draagkracht van appellant voor 2008 zijn toetsingsinkomen in het jaar 2006. Ingevolge artikel 1.1, eerste lid, van de Wsf 2000 jo artikel 8, eerste tot en met derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen is maatstaf voor de vaststelling van het toetsingsinkomen in 2006 het voor appellant vastgestelde belastbaar inkomen over 2006. Het besteedbaar inkomen van appellant is derhalve niet van betekenis voor de vaststelling van zijn draagkracht. Ingevolge artikel 11.5, eerste lid en tweede lid, aanhef en onder c van de Wsf 2000 bestaat voor de Minister voorts niet de bevoegdheid om af te wijken van het in de wet omschreven begrip toetsingsinkomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl