CRvB 11 mei 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM4140
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening. Spoedeisend belang. Geen grond voor het oordeel dat de bepalingen van het Bbz 2004 in de weg staan aan de handelwijze van het College om voor een derde keer gedurende een maximale periode van zes maanden bijstand te verlenen. De voorzieningenrechter acht het niet in redelijke mate waarschijnlijk dat de aangevallen uitspraak voor zover die ziet op de verlenging van de termijn van de bijstand met zes maanden vanaf 28 mei 2009 in hoger beroep niet in stand zal blijven. Het door verzoeker in de procedure gebrachte besluit op bezwaar van het College van 15 april 2010 kan niet worden aangemerkt als de ter uitvoering van de aangevallen uitspraak genomen beslissing op het bezwaar. Geen sprake van een voor verzoeker zo zwaarwegend belang dat behandeling van het hoger beroep met betrekking tot de maatregel ten gevolge van de schending van de medewerkingsverplichting niet zou kunnen worden afgewacht.
De uitspraak op rechtspraak.nl