CRvB 27 april 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM3133

Intrekking bijstand. Appellante heeft haar inlichtingenverplichting geschonden door de inkomstenverklaring niet in te sturen en geen mededeling te doen van haar verblijf in het buitenland, en door nadien op vragen van het College naar aanleiding van de geldopnames in het buitenland onjuiste en tegenstrijdige verklaringen af te leggen en gevraagde documenten niet over te leggen. De gestelde dwang en mishandeling door de ex-partner, voor zover al aannemelijk gemaakt, is in dit geval niet zo’n omstandigheid, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat appellante na de gestelde terugkeer (na het buitenland) niet in staat was onmiddellijk, volledig en spontaan openheid van zaken te geven, waardoor het recht op bijstand wel had kunnen worden vastgesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl