CRvB 13 april 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM2949

Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand voor de proceskosten ten bedrage van € 820. De Raad is van oordeel dat terecht is geoordeeld dat sprake is van een schuld van appellant tegenover zijn werkgever die is ontstaan door de proceskostenveroordeling door de kantonrechter, zodat appellant ingevolge artikel 13, eerste lid, aanhef en onder f, van de WWB geen recht op bijzondere bijstand heeft. De stelling van appellant dat hij genoodzaakt was om de loonvorderingsprocedure te voeren, doet hieraan geen afbreuk. Voorts ziet de Raad in hetgeen appellant heeft aangevoerd geen zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 49, aanhef en onder b, van de WWB, zodat het College niet bevoegd was niettemin tot bijstandsverlening over te gaan. Het college heeft hiermee de aanvraag terecht afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl