CRvB 23 april 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM2525

Controle uitwonenden. Waarschuwingsbrieven. Ontvangst brieven. De werkwijze en de registratie van de controle in het computersysteem zijn naar het oordeel van de Raad zodanig dat de kans op een fout verwaarloosbaar klein is, zodat ervan mag worden uitgegaan dat uitgevoerde controles hebben geleid tot daadwerkelijke verzending van de waarschuwingsbrieven en dat de door appellant overgelegde schermprinten voldoende bewijs zijn van de feitelijke verzending van die brieven naar de daarin vermelde adressen. De rechtbank heeft dat niet onderkend. In het onderhavige geval is gesteld noch gebleken dat betrokkene voor adequate doorzending of postbehandeling heeft gezorgd. Reeds hierom komen de gevolgen van het beweerdelijk niet hebben ontvangen van één van de beide dan wel de beide waarschuwingsbrieven voor zijn rekening en risico. Beoordeling van de geloofwaardigheid van de ontkenning van de ontvangst is in dat geval niet aan de orde. Nu betrokkene heeft nagelaten de afwijking in adressen ongedaan te maken en niet is gebleken dat hem van de afwijking geen verwijt te maken valt, is appellant terecht tot omzetting van de aan betrokkene toegekende beurs overgegaan. Vernietiging uitspraak. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen