CRvB 3 maart 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL7985

Het is niet gebleken dat CIZ in het kader van de vraag of appellant binnen het speciale onderwijs is aangewezen op aanvullende AWBZ-zorg in de vorm van ondersteunende begeleiding, eerst de totale objectieve zorgbehoefte van appellant aan ondersteunende begeleiding gedurende vijf schooldagen per week heeft onderzocht en vastgesteld. De in het besluit van 7 september 2006 weergegeven conclusie van CIZ dat appellant tijdens de twee dagen per week waarin hij [ZMLK-school] bezoekt geen aanvullende AWBZ-zorg nodig heeft, zodat het speciale onderwijs voldoet, acht de Raad in dit verband niet voldoende. Niet gebleken is dat CIZ bij [ZMLK-school] onderzoek heeft verricht naar de vraag op hoeveel uren ondersteunende begeleiding appellant gedurende de twee dagen per week dat hij daar naar toe gaat is aangewezen, en of de binnen [ZMLK-school] aanwezige zorg in het concrete geval van appellant voor hem toereikend moet worden geacht. Nu de totale zorgbehoefte van appellant in het onderwijs niet in kaart is gebracht en daardoor niet is komen vast te staan dat de binnen [ZMLK-school] aanwezige ondersteunende begeleiding voor appellant voldoende is, heeft CIZ zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat sprake is van een AWBZ-zorg uitsluitende voorliggende voorziening. Onzorgvuldige voorbereiding besluit. Ondeugdelijke motivering. Vernietiging uitspraak. Vernietiging besluit. Nieuw besluit op bezwaar.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen