CRvB 4 maart 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL6962
Afwijzing verzoek om, met toepassing van artikel 9.3 van de Regeling beschikbaarstelling ambtenaren aan de Nederlandse Antillen en Aruba van 23 november 2005, Stcrt. 6 december 2005, nr. 237, (Rbana), deze regeling op zijn volledige uitzending van toepassing te verklaren. De Raad stelt eerst vast dat hij in (rechtsoverweging 3.1.4. van) zijn uitspraak van 18 december 2008, LJN BG9697 en TAR 2009, 86, heeft geoordeeld dat de beperkte terugwerkende kracht van de Rbana de aan te leggen terughoudende rechterlijke toets kan doorstaan. Dat appellant, anders dan de betrokkene in de zaak waarover de Raad in zijn uitspraak van 18 december 2008 heeft beslist, zijn verzoek om toepassing van de Rbana niet heeft gedaan lang nadat zijn terbeschikkingstelling was beëindigd, is naar het oordeel van de Raad, wat hiervan verder ook is, niet een feit dat aan het van toepassing zijn van die uitspraak afdoet. Van die uitspraak komt de Raad dan ook niet terug. Dit betekent dat appellant, ook niet op grond van het door appellant ingeroepen vertrouwensbeginsel dat hij baseert op de inhoud van het besluit tot terbeschikkingstelling, aan de Rbana aanspraken kan ontlenen, althans voor zover het betreft de periode vóór 1 juli 2004. De Raad is van oordeel dat de rechtbank terecht en op goede gronden het verzoek om schadevergoeding heeft afgewezen. Van een over-schrijding van de redelijke termijn als door appellant gesteld, is geen sprake.
De uitspraak op rechtspraak.nl