CRvB 5 maart 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL6698
De Raad zal de zaak zonder terugwijzing naar de rechtbank zelf afdoen. Betrokkene heeft niet (tijdig) aan haar verplichtingen tot terugbetaling voldaan. De Raad is van oordeel dat het teruggevorderde bedrag van € 18.871,55, geheel opeisbaar is en dat dit bedrag terecht is verhoogd met de wettelijke rente en de invorderingskosten. Niet is gesteld of gebleken dat de invorderingskosten niet juist zijn vastgesteld. De Raad stelt voorts ambtshalve vast dat, gelet op de aard en inhoud van het bezwaarschrift van 3 december 2007, duidelijk blijkt dat betrokkene (tevens) bezwaar maakt tegen het besluit van 7 november 2007, waarbij appellant het verzoek van betrokkene om kwijtschelding heeft afgewezen. Appellant heeft derhalve ten onrechte nagelaten om bij besluit van 13 februari 2008 tevens inhoudelijk op dat bezwaar te beslissen. Vernietiging uitspraak. Vernietiging besluit. Nieuw besluit op bezwaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl