CRvB 26 februari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL6028
1) Handhaving besluit waarbij is vastgesteld dat appellant met ingang van 31 juli 2007 recht heeft op een WGA-uitkering en de mate van zijn arbeidsongeschiktheid 48% is. 2) Handhaving besluit waarbij appellant in kennis is gesteld van de re-integratievisie. Voldoende medische grondslag. Appellant heeft ook in hoger beroep geen medische gegevens ingebracht die doen twijfelen aan de juistheid van de verwoording van zijn beperkingen door de verzekeringsarts in de FML. Het Uwv heeft ter zitting van de Raad gesteld dat eerst met de rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige van 3 december 2009 de arbeidsmogelijkheden van appellant voldoende inzichtelijk zijn gemaakt. De bezwaararbeidsdeskundige heeft enkele van de eerder geselecteerde functies niet langer geschikt geacht en heeft aan de hand van nieuw geselecteerde functies binnen dezelfde Sbc-codes een mate van arbeidsongeschiktheid van appellant berekend van 50,6%. De Raad ziet hierin aanleiding de aangevallen uitspraak I en het bestreden besluit I te vernietigen met bepalingen over proceskosten en griffierecht. De Raad is van oordeel dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit I in stand kunnen blijven. De wijziging van het arbeidsongeschiktheidspercentage heeft geen gevolgen voor de hoogte of duur van de WGA-uitkering die appellant vanaf 31 juli 2007 ontvangt. Appellant heeft tegen de re-integratievisie beroepsgronden aangevoerd die terug te voeren zijn op de vaststelling van zijn mogelijkheden en beperkingen om arbeid te verrichten. Deze beroepsgronden zien op de vaststelling van het recht op WGA-uitkering en missen wat betreft de beoordeling van de re-integratievisie zelfstandige betekenis. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat de indruk van de consulent van het re-integratiebedrijf Salto van de fysieke gesteldheid van appellant geen medische onderbouwing heeft en niet leidt tot het oordeel dat de aan appellant opgelegde sollicitatieverplichting zijn door de (bezwaar)verzekeringsartsen vastgestelde arbeidsmogelijkheden te boven gaat. Aan de opvatting van de consulent dat de concurrentiepositie van appellant op de arbeidsmarkt geen mogelijkheden biedt om hem te re-integreren in betaald werk ligt een afweging ten grondslag die valt buiten het kader van de Wet WIA.
De uitspraak op rechtspraak.nl