CRvB 19 februari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL5253

De geschetste werkwijze en registratie van de controle in het computersysteem zijn naar het oordeel van de Raad zodanig dat de kans op een fout verwaarloosbaar klein is, zodat ervan mag worden uitgegaan dat de uitgevoerde controles hebben geleid tot daadwerkelijke verzending van de waarschuwingsbrieven en dat de door appellant overgelegde schermprint voldoende bewijs is van de feitelijke verzending van die brieven aan de daarop vermelde adressen. Dat betekent dat, anders dan de rechtbank heeft aangenomen, aannemelijk is dat de verzending van de waarschuwingsbrieven naar de daarin vermelde adressen heeft plaatsgevonden. De Raad komt dan ook tot de conclusie dat betrokkene in dit geval voldoende in de gelegenheid is gesteld de gebleken afwijking in de adressen ongedaan te maken. Nu zij dat heeft nagelaten en niet is gebleken dat haar van de afwijking geen verwijt te maken valt, is appellant terecht tot omzetting van de aan betrokkene toegekende beurs overgegaan. Vernietiging uitspraak. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen