CRvB 5 februari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL2871
Ingangsdatum verhoging tegemoetkoming studiefinanciering. Niet gebleken dat het voor appellante in 2006 of begin 2007 vanwege haar situatie onmogelijk is geweest een aanvraag om verhoging in te dienen, of dat zij indertijd niet in staat was tegen de toekenningsbesluiten over 2006 en 2007 bezwaar te maken. Dat het voor appellante, als kind in wisselende pleeggezinnen, lastig of zelfs onmogelijk was om inschrijving op een ander GBA-adres dan dat van haar moeder te realiseren, doet daar niet aan af. De Raad wijst er volledigheidshalve op dat hij er niet aan twijfelt dat appellante in (het overgrote deel van) 2006 en 2007 feitelijk niet bij haar moeder woonde. Zijn oordeel houdt slechts in dat de met die situatie corresponderende aanvraag van 21 februari 2007 niet met verder terugwerkende kracht dan tot 1 februari 2007 behoefde te worden gehonoreerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl