CRvB 14 januari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL1703

Onvoorwaardelijk ontslag. Ernstig plichtsverzuim. De Raad is van oordeel dat appellant zich geenszins als een goed ambtenaar heeft gedragen en de noodzakelijke vertrouwensrelatie met het college ernstig onder druk heeft gezet. De Raad is van oordeel dat de aard en ernst van de gedragingen zodanig zijn dat de opgelegde disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag daaraan niet onevenredig is te achten. De langdurige staat van dienst van appellant doet niet af aan de conclusie van het college dat appellant heeft gehandeld in strijd met de eisen van integriteit, betrouwbaarheid en verantwoordelijkheid en dat appellant daardoor het in hem te stellen vertrouwen in ernstige mate heeft geschonden en aldus aan het eigen aanzien en aan dat van de gemeente Rijswijk schade heeft toegebracht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen