CRvB 28 januari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL1672
Afwijzing aanvraag uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Raad moet er van uitgaan dat het huwelijk tussen appellante en [Echtgenoot] [in] 1977 is ontbonden en dat [Echtgenoot] [in] 1979 in het huwelijk is getreden met een Nederlandse vrouw. De Raad merkt op dat nu aan [Echtgenoot] geen alimentatieverplichting is opgelegd appellante niet is aan te merken als nabestaande in de zin van artikel 4, eerste lid, aanhef en onder b, van de ANW. Het feit dat [Echtgenoot] appellante en de kinderen tot aan zijn overlijden heeft onderhouden maakt dat niet anders, omdat [Echtgenoot] in dit levensonderhoud niet voorzag op grond van een verplichting daartoe krachtens rechterlijke uitspraak of een overeenkomst, vastgelegd in een notariële akte mede ondertekend door een advocaat of krachtens een akte waarvan aannemelijk is dat die tot stand is gekomen door de inzet van een bij de echtscheiding betrokken advocaat zoals bedoeld in voormeld artikellid.
De uitspraak op rechtspraak.nl