CRvB 14 januari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL1652

Afwijzing aanvraag mobiliteitstoeslag. Begrip dienstbelang. Ingevolge de laatste zinsnede van artikel 22c van het BBRA bestaat geen aanspraak op de mobiliteitstoeslag, indien als gevolg van de plaatsing in de nieuwe functie een salarisverhoging wordt toegekend. Doorgaans zal het ook zo zijn dat de datum waarop de nieuwe functie wordt opgedragen samenvalt met de datum waarop de bij die functie behorende werkzaamheden daadwerkelijk aanvangen. De Raad is van oordeel dat in een bijzonder geval als dit, waarin het daadwerkelijk kunnen gaan vervullen van de nieuwe functie afhankelijk is van het met succes afronden van een daaraan voorafgaande voltijdse opleiding, het tijdstip waarop de functie feitelijk gaat worden vervuld, kan worden aangemerkt als het tijdstip waarop de functiewisseling, waarop artikel 22c van het BBRA ziet, plaatsvindt. Nu appellant een salarisverhoging ontving vanaf het moment dat hem de werkzaamheden in groepsfunctie F volledig werden opgedragen en hij op deze wijze voor zijn mobiliteit werd beloond, kan hij op grond van artikel 22c van het BBRA daarnaast geen recht op de mobiliteitstoeslag doen gelden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen