CRvB 14 januari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL0631

Tijdens de procedure bij de rechtbank heeft de Svb bij besluit van 16 december 2008 definitief beslist op appellants recht op AOW-pensioen en toeslag. Aan appellant is een AOW-pensioen toegekend gebaseerd op 56% van het volledige AOW-pensioen, zijnde € 382,21 plus € 21,41 vakantiegeld bruto per maand. De toeslag is vastgesteld op € 341,26 plus € 19,12 vakantiegeld bruto per maand. Voorts is medegedeeld dat de nabetaling over juli 2008 tot en met december 2008 van netto € 81,83 zal worden overgemaakt. Anders dan de rechtbank is de Raad van oordeel dat aan appellant enig belang bij het in rechte bestrijden van de rechtmatigheid van het voorschotbesluit niet kan worden ontzegd, nu niet op voorhand onaannemelijk is dat appellant schade heeft geleden als gevolg van bestuurlijke besluitvorming en appellant niet uitdrukkelijk heeft aangegeven dat hij geen belang meer heeft. Weliswaar heeft appellant niet expliciet om schadevergoeding ex artikel 8:73 van de Awb verzocht, maar vergoeding van schade kan ook worden gevraagd met een verzoek om een zelfstandig schadebesluit of in een civiele procedure. In die gevallen heeft appellant procesbelang bij de beoordeling van de (on)rechtmatigheid van het schadeveroorzakende besluit, ook al is het materiële rechtsgevolg inmiddels uitgewerkt. Dit betekent dat appellant in zijn beroep bij de rechtbank ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard, hetgeen dient te leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak. De Raad ziet aanleiding de zaak zonder terugwijzing af te doen, nu deze naar zijn oordeel geen nadere behandeling door de rechtbank behoeft. Oordelend binnen de grenzen van die toetsing, acht de Raad zowel het door de Svb gekozen beleidsuitgangspunt als de daaraan in dit geval gegeven toepassing aanvaardbaar. De Raad heeft hierbij in aanmerking genomen dat ten tijde van het nemen van het bestreden besluit nog onduidelijkheid bestond of appellant in de jaren 1970 tot 1982 op grond van woontijdvakken ingevolge de AOW verzekerd was en dat ter zake nog onderzoek lopende was. De verlening van het voorschot is blijkens de stukken met name gebaseerd op een aangenomen verzekerde periode op grond van de sedert 1982 aan appellant toegekende WAO-uitkering.Bedoelde grieven hebben met name betrekking op de hoogte van het AOW-pensioen en de door de Svb in aanmerking genomen verzekerde tijdvakken voor de AOW. Deze grieven dienen aan de orde te komen in een procedure tegen het besluit van 16 december 2008, dat het recht op pensioen krachtens de AOW tot onderwerp heeft. Uit het vorenstaande vloeit voort dat de aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd en dat het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond moet worden verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen