CRvB 19 januari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL0068
Afwijzing aanvraag om toegelaten te worden tot de voorbereidingsfase als bedoeld in artikel 8, zesde lid, van de Algemene bijstandswet en artikel 11a van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen. Toekenning bijstand met ingang van 4 april 2007 op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). De Raad is van oordeel dat de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 14 april 2008 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het op de weg van appellant ligt om de ontvangst van het beroepschrift op een eerdere datum dan op 15 juli 2005 aannemelijk te maken. Appellant is daarin niet geslaagd. De door appellant gestelde omstandigheid dat het vaker is voorgekomen dat de rechtbank zijn brieven op een onjuiste manier heeft verwerkt, wat daar ook van zij, maakt dat niet anders. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat appellant voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn standpunten in bezwaar mondeling nader toe te lichten zodat van strijd met artikel 7:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen sprake is. De grief van appellant dat het besluit van 28 maart 2008 onvoldoende zorgvuldig is voorbereid treft naar het oordeel van de Raad wel doel. De Raad stelt voorop dat appellant in de gelegenheid is gesteld uiterlijk 27 maart 2008 de aanvullende gronden van het bezwaar in te dienen en dat appellant op 27 maart 2008 tijdig van die gelegenheid gebruik heeft gemaakt. De Raad ziet in de gedingstukken voldoende steun voor het standpunt van appellant dat het College het besluit van 28 maart 2008 heeft genomen zonder kennis te hebben genomen van de aanvullende gronden van het bezwaar. Het College heeft bij de voorbereiding van het besluit van 28 maart 2008 niet de nodige kennis vergaard omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. Dat betekent dat het besluit van 28 maart 2008 niet in stand kan blijven en ook de aangevallen uitspraak, voor zover daarbij het beroep tegen het besluit van 28 maart 2008 ongegrond is verklaard, voor vernietiging in aanmerking komt. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep tegen het besluit van 28 maart 2008 gegrond verklaren en dat besluit wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb vernietigen. De Raad is niet gebleken dat het College de hoogte van het vermogen bij de aanvang van de bijstand onjuist heeft vastgesteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl