CRvB 12 januari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BK9962

Intrekking en terugvorderong bijstandsuitkeringen. Schending inlichtingenplicht. Verzwegen bank- en spaarrekeningen en de daarop staande tegoeden. Vermogen boven de toepasselijke vermogensgrens. Het College was bevoegd om de bijstand met toepassing van artikel 54, derde lid, aanhef en onder a, van de Wet werk en bijstand (WWB) over die periode in te trekken. In hetgeen door appellante is aangevoerd is geen grond gelegen voor het oordeel dat het College niet in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken. De Raad is voorts van oordeel dat is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 58, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB. Het College heeft zich op die grondslag terecht tot terugvordering bevoegd geacht. Ten aanzien van terugvordering bij vermogen boven de toepasselijke vrijlatingsgrens is door het College thans nog geen specifiek beleid ontwikkeld of geformuleerd. Dit betekent dat hantering van het terugvorderingsbeleid bij vermogen boven de vrijlatingsgrens tot uitkomsten kan leiden die voor de betrokkene(n) onevenredig zijn in verhouding tot het doel dat kennelijk met dat beleid wordt beoogd, te weten: het ongedaan maken van de financiële gevolgen van inlichtingenverzuim of van het niet of niet juist verwerken van eerder wel verstrekte gegevens. Daarvan zal in situaties van inlichtingenverzuim sprake zijn indien de betrokkene aannemelijk maakt dat over (een gedeelte van) de periode van de terugvordering wel bijstand zou zijn verleend indien de door hem voor het verlenen of voortzetten van de bijstand van belang zijnde inlichtingen juist en volledig waren geweest. Dat laatste is hier het geval. Gelet op de beleidsregels van het College berustende besluit, waarbij de volledige terugvordering is gehandhaafd, wegens strijd met artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen stand houden. De aangevallen uitspraak, waarbij het besluit van 23 november 2006 in stand is gelaten, komt daarom voor vernietiging in aanmerking. Het College dient met inachtneming van deze uitspraak ter zake van de (hoogte van de) terugvordering een nieuw besluit op bezwaar te nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen