CRvB 7 januari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BK9696
Functieonderhoud. Zoals de Raad in zijn uitspraak van 4 maart 2004, LJN AO5133, heeft overwogen brengt het stelsel van artikel 6, zevende lid, van het Bbp mee dat dient te worden nagegaan of de feitelijk opgedragen werkzaamheden op het moment van de aanvraag om functieonderhoud al ongeveer een jaar in de door de aanvrager opgegeven opzichten wezenlijk afweken van de organieke functie. De Raad stelt vast dat deze situatie zich in dit geval niet voordoet nu op het moment waarop appellant zijn aanvraag bij de korpsbeheerder indiende de werkzaamheden waarop die aanvraag zag al (ruimschoots) langer dan een jaar waren beëindigd. De Raad voegt hier nog aan toe dat, zoals uiteengezet in zijn uitspraak LJN BK9642, 31 december 2009, in genoemd stelsel (ook) niet past dat aan een eventueel functieonderhoud (en daaraan gekoppelde functiewaardering) terugwerkende kracht wordt verleend tot een datum die is gelegen vóór die van het verzoek om functieonderhoud.
De uitspraak op rechtspraak.nl