CRvB 5 januari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BK9638

Afwijzing aanvraag ingevolge het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal en de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. De Raad heeft onder de gedingstukken geen objectieve gegevens - zoals een deskundig tegenadvies - aangetroffen die de stelling van appellant dat wél sprake is van een levensvatbaar bedrijf, kunnen onderbouwen. Ook de in beroep overgelegde facturen en intentieverklaringen kunnen niet als zodanig worden aangemerkt. Zoals de Raad reeds meermalen heeft uitgesproken vormen louter eigen verwachtingen van de betrokkene omtrent de te verwachten omzet, en daarmee de levensvatbaarheid, onvoldoende basis voor het toekennen van een bedrijfskrediet en/of periodieke bijstand als (startend) zelfstandige. Uit het voorgaande volgt dat het College zich bij zijn besluitvorming op de adviezen van het IMK heeft kunnen baseren. Het College heeft de aanvraag van appellant van 3 april 2006 dan ook terecht afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen