CRvB 5 januari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BK8460

Herziening bijstand. Intrekking toeslag. Rechtbank is buiten omvang van het geding getreden. In strijd met artikel 8:69, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep tegen het besluit van 14 december 2006 beoordelen. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellante de op haar rustende inlichtingenverplichting niet is nagekomen, en verwijst naar hetgeen de rechtbank hieromtrent heeft overwogen. . De door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers aan [partner ] gedane betalingen waren onmiskenbaar inkomsten, zodat daarvan melding moest worden gedaan op de maandelijkse verklaringen WWB. Overigens moest van een ontvangen uitkering ook melding worden gemaakt. Het standpunt van appellante dat het College bij de herziening van de bijstand en de intrekking van de toeslag ten onrechte met het bedrag aan inkomsten van haar partner rekening heeft gehouden, omdat het hier niet zou gaan om inkomsten, maar om verstrekkingen in het kader van de Regeling, wordt door de Raad niet onderschreven. De Raad is voorts van oordeel dat het College zich, in aanmerking genomen de hoogte van de inkomsten van [partner ], op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat niet gezegd kon worden dat appellante de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan niet of niet geheel kon delen met een ander, zodat op grond van artikel 33 van de Abw en artikel 25 van de WWB geen recht bestond op toeslag.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen