CRvB 24 december 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK8779
Juiste vaststelling aantal dienstjaren. Op grond van de beschikbare gegevens is voor de Raad niet komen vast te staan dat vanwege het college bij appellant zodanige verwachtingen zijn gewekt dat daarop een in rechte te honoreren beroep op het vertrouwensbeginsel jegens het college kan worden gebaseerd. Hierbij stelt de Raad voorop dat appellant er in het algemeen niet op mag vertrouwen dat de regelgeving zoals die gold ten tijde van zijn indiensttreding bij de gemeente ’s-Gravenhage onverminderd van kracht zal blijven gedurende zijn aanstelling bij die gemeente. Voorts is de Raad niet gebleken dat bij zijn indiensttreding bij de gemeente uitdrukkelijk is afgesproken dat de destijds bestaande regelgeving met betrekking tot het FLO ondanks eventuele wijzigingen onverkort zou worden toegepast. De Raad heeft ook geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat het college anderszins toezeggingen heeft gedaan waaraan appellant het vertrouwen kon ontlenen dat zijn dienstjaren bij de Koninklijke luchtmacht worden meegerekend in het kader van het overgangsrecht bij afschaffing van het FLO. Aan het door appellant aangevoerde feit, dat hij bij brief van 30 november 2006 niet geheel juist is geïnformeerd komt geen betekenis toe, nu het college die fout tijdig, in elk geval in het primaire besluit van 20 maart 2007, heeft hersteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl