CRvB 23 december 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK8343
Afwijzing aanvraag van een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Raad gaat ervan uit dat [echtgenoot] niet vrijwillig verzekerd was voor de ANW toen hij stierf. De ANW heeft - anders dan de AOW - niet het karakter van opbouwverzekering maar van een risicoverzekering. Daarom is het voor de toepassing van de ANW niet relevant dat [echtgenoot] van 1964 tot 1976 ingezetene van Nederland is geweest en in die periode in Nederland heeft gewerkt en premies volksverzekeringen heeft betaald. De wens van de wetgever om alleen diegenen verplicht voor de ANW te verzekeren die een actuele band met Nederland hebben acht de Raad legitiem. Verder is de keuze om - behoudens het bepaalde in artikel 13, eerste lid, sub b, van de ANW - uitsluitend ingezetenen verplicht te verzekeren voor de ANW een geschikt en proportioneel middel om deze wens na te streven. Derhalve is het in het besluit op bezwaar gemaakte (indirecte) onderscheid naar nationaliteit objectief gerechtvaardigd en niet strijdig met de discriminatieverboden van artikel 14 van het EVRM, artikel 26 van het IVBPR en artikel 8 van het EVSZ. Ook hetgeen de rechtbank heeft overwogen met betrekking tot het beroep van appellante op artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM en IAO-Verdrag 118 onderschrijft de Raad ten volle.
De uitspraak op rechtspraak.nl