CRvB 17 december 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK8144

Afwijzing om de aan appellante verleende ontheffing van de verzekeringsplicht voor de volksverzekeringen te verlenen met ingang van een datum gelegen vóór 7 januari 2007. De Raad stelt vast dat appellant het verzoek om ontheffing niet eerder heeft ingediend, omdat hij niet bekend was met de mogelijkheid van ontheffing van de verzekeringsplicht, terwijl degenen die zijn administratie verzorgden hem ook niet op die mogelijkheid hebben gewezen. Met de Svb, en de rechtbank, is de Raad van oordeel dat in het aldus gestelde geen grond is gelegen voor het aannemen van een onbillijkheid van overwegende aard, zodat het verzoek om de ontheffing eerder dan op 7 januari 2007 te doen ingaan in zoverre terecht is afgewezen. Appellant heeft verder betoogd dat hij ook door de Belastingdienst niet eerder dan in december 2006 op de hoogte is gesteld van de mogelijkheid om ontheffing te krijgen, zodat daarin een grond is gelegen voor het aanwezig achten van een onbillijkheid van overwegende aard. De Raad moet evenwel vaststellen dat door de Svb overtuigend is aangetoond dat het aangiftebiljet 2003 door de Belastingdienst tijdig, te weten op 28 februari 2004, aan appellant is uitgereikt en dat in de toelichting bij het aangiftebiljet wordt gewezen op de mogelijkheid om ontheffing te krijgen van de verzekeringsplicht volksverzekeringen. De Raad concludeert dat gezien de door appellant aangevoerde omstandigheden niet aangenomen kan worden dat sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen