CRvB 11 december 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK6969
Herziening WAO-uitkering (25-35%). De Raad heeft aanleiding gezien een nader medisch onderzoek te doen instellen door een deskundige, longarts prof. dr. P.E. Postmus. Op gezag van Postmus neemt de Raad aan dat er sprake is van een sinds het begin van de klachten in 1997 bestaande progressieve ziekte en evenals Postmus gaat de Raad uit van de juistheid van de door de verzekeringsarts in diens rapport van 8 juli 2002 neergelegde medische onderzoeksgegevens. Echter, met die progressie en bijgevolg gestaag dan wel schoksgewijs verminderende medische belastbaarheid is niet verenigbaar te achten de door de verzekeringsarts (een andere dan op 8 juli 2002) op 4 juli 2005 getrokken conclusie dat appellante in medisch opzicht, met name wat het aantal uren dat zij ten hoogste per dag en per week (20 in plaats van 12) kan werken, aanzienlijk minder is beperkt dan tot dat moment is vastgesteld geweest. De aan de schatting ten grondslag gelegde functies kunnen die schatting niet dragen. Vernietiging uitspraak. Herroept besluit van 3 augustus 2005.