CRvB 8 december 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK6879
Vergoeding kosten in bezwaar door het Dagelijks Bestuur, onder de overweging dat het gewicht van de zaak als zeer licht is aan te merken, bepaald op € 80,50, zulks in afwijking van het standaardtarief van € 322,-- voor een zaak van gemiddeld gewicht. Daarvoor heeft het Dagelijks Bestuur redengevend geacht dat hij, zonder de gronden van het ingediende bezwaarschrift af te wachten, direct heeft erkend dat ten onrechte tot verrekening van het vakantiegeld ad € 613,80 was overgegaan en die verrekening ongedaan heeft gemaakt. Anders dan de rechtbank en het Dagelijks Bestuur acht de Raad daarvoor in dit geval onvoldoende grondslag aanwezig. Niet kan worden gezegd dat het hier ging om een voor appellante direct als zodanig kenbare administratieve vergissing. Dat het Dagelijks Bestuur - omdat in zijn ogen kennelijk sprake was van een evident onjuiste beslissing - de verrekening terstond ongedaan heeft gemaakt, geeft op zichzelf blijk van adequaat bestuurlijk handelen, maar kan daaraan niettemin niet afdoen, reeds omdat het Dagelijks Bestuur niet spontaan, maar eerst nadat bezwaar is gemaakt is teruggekomen van de toegepaste verrekening.
De uitspraak op rechtspraak.nl