CRvB 2 december 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK5969
Toekenning loongerelateerde werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA-uitkering). De hoogte van de uitkering is gebaseerd op het dagloon van € 128,26. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het Uwv in overeenstemming met artikel 13, eerste lid, van de WIA en artikel 2, eerste lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen (hierna: Besluit) niet de volledige waarde, maar uitsluitend de belaste waarde van de vakantiebonnen bij de berekening van het dagloon heeft betrokken. Het Uwv is daarbij terecht uitgegaan van het loon dat in het refertejaar daadwerkelijk is genoten en door de werkgever aan het Uwv als premieplichtig loon is opgegeven. De omstandigheid dat de perioden, waarin in verband met vakantie geen of minder loon is betaald wel zijn meegenomen in de berekening van het dagloon, terwijl de daarvoor bedoelde vakantiebonnen deels buiten beschouwing worden gelaten, levert geen grond op om in afwijking van het Besluit van een ander loonbedrag uit te gaan, omdat het Besluit niet in deze afwijkingsmogelijkheid voorziet. De Raad is voorts van oordeel dat in artikel 3, eerste lid, van het Besluit geen grondslag is te vinden voor het standpunt van appellanten dat met betrekking tot de vakantiebonnen uitgegaan moet worden van de bedragen die betrokkene aan loon/vakantiebijslag tijdens de referteperiode heeft opgebouwd. Met betrekking tot vakantiebijslag en uitkeringen die het karakter hebben van een extra periodiek salaris worden op grond van artikel 3, eerste lid, van het Besluit de in het refertejaar feitelijk uitbetaalde bedragen buiten de berekening van het dagloon gehouden. In plaats daarvan wordt bij de dagloonberekening rekening gehouden met het bedrag dat de werknemer heeft opgebouwd aan vakantiebijslag en aan uitkeringen in de vorm van extra periodiek salaris. Er bestaat geen grond om deze regels inzake de vakantiebijslag en het extra periodiek salaris uitkering rechtstreeks dan wel naar analogie van toepassing te achten op vakantiebonnen. Daarbij kan tevens worden verwezen naar artikel 1, tweede lid, van het Besluit en de Nota van Toelichting bij artikel 3, eerste lid, van het Besluit. Dat de waarde van de bij de betaling van het loon verstrekte vakantiebonnen slechts gedeeltelijk in de berekening van het dagloon is meegenomen, is voorts geen omstandigheid als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit, waarbij een werknemer in verband met verlof geen of minder loon heeft genoten.
De uitspraak op rechtspraak.nl