CRvB 17 november 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK5657

Afwijzing aanvraag fiets met elektrische trapondersteuning. De Raad is van oordeel dat de medische gedingstukken geen steun bieden voor het standpunt dat appellante op een fiets met een zware hulpmotor, zoals de aan appellante geoffreerde fiets met hulpmotor, is aangewezen. De Raad wijst er op dat de arts De Bekker in zijn advies van 7 mei 2007 heeft overwogen dat appellante is aangewezen op een fiets met trapondersteuning zonder zich uit te laten over de mate waarin deze ondersteuning medisch noodzakelijk is. De Raad moet het er onder die omstandigheden voor houden dat een normale trapondersteuning voor appellante toereikend is. Appellante heeft geen medisch advies ingebracht dat in een andere richting wijst. De Raad wijst voorts op de ter zitting onweersproken stelling van het College dat het ook bij een normale fiets met hulpmotor niet steeds nodig is om mee te trappen. Nu de Raad tevens van oordeel is dat een normaal geprijsde fiets met elektrische hulpmotor wel is aan te merken als een voor de persoon van de aanvrager algemeen gebruikelijke voorziening, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder a, van de Verordening, heeft appellante geen recht op de aangevraagde voorziening. Voor wat betreft het oordeel dat een fiets met elektrische hulpmotor een algemeen gebruikelijke voorziening is verwijst de Raad naar zijn vaste jurisprudentie onder de Wet voorzieningen gehandicapten, bijvoorbeeld de uitspraak van 15 juni 2006 (LJN AT8647). Vernietiging besluit. Rechtsgevolgen blijven in stand.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen