CRvB 2 december 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK5331

Vestiging 1: Met de thans aan de orde zijnde premienota van 24 april 2006 zijn wat betreft de in geding zijnde vaststelling van een gedifferentieerde WAO premie van 2,17% voor het premiejaar 2005 geen rechtsgevolgen in het leven geroepen die niet reeds door het besluit van 10 december 2004 waren teweeggebracht. Die premienota kan daarom, voor zover hier van belang, niet worden aangemerkt als op enig rechtsgevolg gericht. Zij behelst dus geen publiekrechtelijke rechtshandeling en daarmee geen besluit in de zin van de Awb. Vestiging 2 en 3: In de kennisgevingen van 21 februari 2006 is voor appellante voor het premiejaar 2005 stellig en onvoorwaardelijk een gedifferentieerde WAO premie van 2,17% vastgesteld. De kennisgevingen hebben dan ook te gelden als besluiten in de zin van de Awb. Zij behelzen dus geen publiekrechtelijke rechtshandeling en daarmee geen besluit in de zin van de Awb. Vernietiging uitspraak, voor zover daarbij de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand zijn gelaten. Verklaart de bezwaren tegen de drie premienota's van 24 april 2006 niet-ontvankelijk. Bepaalt dat de rechtsgevolgen van de bestreden besluiten van 31 augustus 2006 inzake [vestiging 2] en [vestiging 3] geheel in stand blijven voor zover deze geacht moeten worden te strekken tot ongegrondverklaring van de bezwaren tegen de besluiten (kennisgevingen) van 21 februari 2006.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen