CRvB 19 november 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK4766

1) Tijdelijke ontheffing van operationele taken. De voorzieningenrechter van de rechtbank heeft het besluit 1 vernietigd. Omdat volgens de voorzieningenrechter onvoldoende is gebleken dat het tekort schieten van appellant in overwegende mate aan appellant valt te verwijten gaat het te ver om het financiële nadeel van de gedeeltelijke functieontheffing zonder meer voor rekening van appellant te laten komen. 2) Ter uitvoering van de aangevallen uitspraak heeft de minister een nieuwe besluit genomen, inhoudende handhaving van de ontheffing van operationele diensten, maar onder toekenning van de toelage voor operationele diensten. 1) De Raad is van oordeel dat niet kan worden gezegd dat de minister niet in redelijkheid aanleiding heeft kunnen vinden om van zijn bevoegdheid op grond van artikel 64 van het Barp gebruik te maken, door appellant gedurende de duur van het onderzoek ander werk op te dragen. Bevestiging aangevallen uitspraak, met verbetering van de gronden. 2) De Raad is van oordeel dat niet kan worden gezegd dat de minister niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten appellant niet meer toe te kennen dan een blijvende operationele toelage van € 90,-, overeenkomstig de daarvoor geldende regels. Ongegrond verklaring beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen