CRvB 26 november 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK4567
Weigering hulp bij het huishouden toe te kennen. Het instellen van hoger beroep tegen een besluit genomen op grond van de Wmo heeft geen schorsende werking. De voorzieningenrechter stelt vast dat het College - ten onrechte uitgaande van schorsende werking van het ingestelde hoger beroep - nog niet heeft voldaan aan de opdracht van de voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar. Nu de termijn van de door de voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar getroffen voorlopige voorziening per 1 december 2009 afloopt is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoekster voldoende spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. Dit belang is gelegen in de gevolgen die stopzetting van de hulp bij het huishouden kan hebben op de gezondheidssituatie van verzoekster en die van haar kinderen. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is het, gelet op de verbreding van de doelgroep van de Wmo, in beginsel niet van belang of lichamelijke klachten al dan niet medisch geobjectiveerd kunnen worden, maar of de beperkingen geobjectiveerd kunnen worden. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen in die zin dat het College de toegekende hulp bij het huishouden categorie 2 voor 24 uur per week in de vorm van een PGB voortzet vanaf 1 december 2009.
De uitspraak op rechtspraak.nl