CRvB 10 november 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK3397
Aanvraag bijstand. Gelet op deze feiten heeft appellante naar het oordeel van de Raad genoegzaam blijk gegeven van de intentie zich te melden als bedoeld in artikel 44, tweede zin, van de WWB. De Raad heeft al eerder overwogen (zie zijn uitspraak van 9 december 2008, LJN BG7980) dat de tekst van artikel 2.3, derde lid, van het Besluit SUWI geen ruimte laat aan de CWI om na een melding in de hiervoor bedoelde zin geen afspraak te maken voor de ontvangst van de aanvraag om algemene bijstand. Het College heeft gesteld dat appellante er op 23 januari 2007 voor heeft gekozen de haar aangeboden baan bij Apprenti B.V. te aanvaarden en niet langer aan te sturen op het indienen van een aanvraag om algemene bijstand. Nu appellante deze stelling heeft betwist, ligt het op de weg van het College haar aannemelijk te maken. Naar het oordeel van de Raad is het College daar niet in geslaagd. Anders dan het College is de Raad van oordeel dat uit de ondertekening 'voor gezien' door appellante van de in overweging 1.1 geciteerde brief niet kan worden afgeleid dat zij het door het College aangeboden werk heeft geaccepteerd en ervan heeft afgezien om de procedure die gericht is op het nemen van een besluit inzake verlening van bijstand te vervolgen.
De uitspraak op rechtspraak.nl