CRvB 28 oktober 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK3321
Intrekking vervoersvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming voor het gebruik van auto. Bij dit besluit is toegang verleend tot het collectief vervoer tegen gereduceerd tarief. Overgangsrecht. Compensatieplicht. Individuele voorziening. Primaat collectief vervoer. Persoonsgebonden budget. Beoordeling van het individuele geval. Het College heeft zich bij het onderzoek ten onrechte beperkt tot de vraag of er objectief medische belemmeringen zijn om van het collectief vervoer gebruik te maken en ten onrechte overwogen dat appellante slechts recht heeft op de goedkoopste adequate voorziening. Uit artikel 4 van de Wmo vloeit voort dat appellante recht heeft op een voorziening die in haar individuele situatie kan worden aangemerkt als compensatie. Het feit dat zij over een auto beschikt dient te worden betrokken bij de vraag of toekenning van collectief vervoer in haar geval de zelfredzaamheid bevordert. Voor gevallen waarin meer dan één voorziening als compensatie voor de vastgestelde beperkingen kan worden aangemerkt, staat het een gemeenteraad vrij in de in artikel 5 van de Wmo bedoelde verordening te bepalen dat slechts recht bestaat op de goedkoopste compenserende voorziening. Vernietiging bestreden besluit.
De uitspraak op rechtspraak.nl