CRvB 9 september 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK2505

Toekenning tegemoetkoming onderhoudskostenp grond van de Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen. Ingevolge artikel 6, derde lid, van de TOG, kan de tegemoetkoming niet eerder ingaan dan een jaar voorafgaand aan de eerste dag van het kwartaal tijdens welk de aanvraag om een tegemoetkoming werd ingediend. De SVB kan in bijzondere gevallen van de eerste zin afwijken. De Raad is van oordeel dat op grond van de namens betrokkene aangevoerde omstandigheden geen bijzonder geval kan worden aangenomen. Met appellant is de Raad van oordeel dat uit de door de rechtbank aangehaalde - bijkomende - omstandigheden niet kan worden afgeleid dat betrokkene niet in staat is geweest tijdig een aanvraag in te dienen. Juist gelet op de ondersteuning door MEE en het feit dat zij en haar echtgenoot geruime tijd in Nederland verbleven en werkzaamheden hebben verricht c.q. verrichten kon betrokkene redelijkerwijs op de hoogte zijn van de voor haar bestaande mogelijkheid een tegemoetkoming aan te vragen. De bij brief van 21 mei 2007 door MEE gedane verklaring dat zij in de periode 2002 - 2004 geen aanleiding hadden betrokkene op de hoogte te stellen van de TOG maakt dit niet anders, nu de begeleiding en beoordeling door MEE voor risico komt van betrokkene. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd en doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen