CRvB 22 oktober 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK2114
Afwijzing voor de functie Luitenant Basiscontingent. De Raad onderschrijft het oordeel van de commandant en de rechtbank dat de aangeduide regels van de Tijdelijke richtlijn bij de sollicitatie van appellant van toepassing waren. De Tijdelijke richtlijn bevat immers op het punt van de vereiste ervaringsduur/beschikbaarheid voor functies in een hogere rang een eigen complete regeling voor de vulling en toewijzing van functies bij de in de richtlijn genoemde brigades van de nieuw vastgestelde Kmar-organisatie. Dat appellant op grond van de overgangsbepalingen in de Procedureregel nog niet onder de werking van de Procedureregel viel, en dat de BLMKMar niet is vermeld bij de juridische grondslag op het voorblad van de Tijdelijke richtlijn doet daaraan niet af. Dat de eis van drie jaar ervaring als adjudant als vermeld in de Tijdelijke richtlijn voor appellant neerkomt op een bijstelling naar boven van de ervaringseis, kan de Raad niet volgen. Ook het beroep op het vertrouwen dat appellant kon ontlenen aan zijn eerdere sollicitaties op luitenantfuncties waarbij hij weliswaar werd afgewezen, maar wel beschikbaar was geacht, kan niet slagen. De afwijzingen dateren alle van vóór de inwerkingtreding van de Tijdelijke richtlijn en dat daarbij toepassing was gegeven aan de uitzonderingsmogelijkheid. Datzelfde geldt voor het beroep op het gelijkheidsbeginsel.
De uitspraak op rechtspraak.nl