CRvB 15 oktober 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK1872

Schorsing. Inhouden bezoldiging. Disciplinair strafontslag met onmiddellijke tenuitvoerlegging. Bevoegdheid; machtiging. Niet horen. De Raad stelt vast dat geen bepaling of voorschrift is aan te wijzen op grond waarvan de minister gehouden zou zijn in overleg te treden met appellant. De minister heeft wel de bevoegdheid om een minnelijke regeling met appellant te treffen, maar achtte het in deze situatie niet opportuun om een minnelijke regeling te treffen omdat appellant verdacht werd van een misdrijf. Grond voor de wijziging van de schorsingsgrondslag en voor de inhouding van bezoldiging. Geen sprake van onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal. In bezit van (onderdelen van) wapens en munitie in strijd met de Wwm. Gelet op de aard en de ernst van het plichtsverzuim, de positie van appellant als advocaat-generaal, het feit dat appellant in de jaren negentig een aantal jaren specifiek de functie van (vuur)wapen-officier van justitie heeft vervuld en de omstandigheid dat appellant de ernst van zijn gedragingen niet inziet, is de Raad van oordeel dat de opgelegde straf niet onevenredig is aan het plichtsverzuim. Dat appellant een lange staat van dienst heeft en nog slechts een korte tijd tot zijn pensionering had te gaan, maakt dat niet anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen