CRvB 28 oktober 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK1558

Afwijzing aanvraag voor een robotarm ten behoeve van de door appellant aangeschafte auto. Zoals de Raad reeds eerder met betrekking tot de uitvoering van de Wvg heeft overwogen - zie de uitspraken van 19 december 1997, LJN ZB7387, en 19 december 2001, LJN AL1343 - mag een gemeentebestuur, in het geval dat een gehandicapte slechts onder begeleiding gebruik kan maken van een bepaalde vorm van vervoer, er in beginsel van uitgaan dat de gehandicapte zelf voor de nodige begeleiding zorg draagt. Slechts in uitzonderingsgevallen, met name als van de kant van de betrokkene aannemelijk wordt gemaakt dat zijn- of harerzijds niet dan wel slechts tegen substantiële meerkosten voor begeleiding voor verplaatsingen in de directe omgeving gezorgd kan worden, dient het gemeentebestuur zijn besluitvorming over een aangevraagde vervoersvoorziening af te stemmen op het feitelijk blijkende tekort aan begeleiding. De Raad is van oordeel dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat in zijn geval sprake is van zo’n uitzonderingssituatie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen