CRvB 13 oktober 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK0726

Niet-ontvankelijk verklaring bezwaar. Artikel 111, eerste en tweede lid, van de Abw bepaalde ten tijde van belang dat de bijstand erop gericht is de belanghebbende in staat te stellen zelfstandig in het bestaan te voorzien. Op burgemeester en wethouders rust de verplichting om te bevorderen dat de belanghebbende gebruik maakt van voorzieningen die bijdragen aan diens zelfstandige bestaansvoorziening. Zij dragen zorg voor voorlichting en bemiddeling die daartoe noodzakelijk zijn. Zij dienen daartoe samen te werken met de Centrale organisatie werk en inkomen en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om de inschakeling van bijstandsgerechtigden in het arbeidsproces te bevorderen. De Raad is van oordeel dat de in artikel 111, eerste en tweede lid, van de Abw bedoelde verplichting naar haar aard geen verplichting is die aan de verlening van bijstand verbonden is, maar een rechtstreeks in de wet geregelde zorgplicht voor de colleges van burgemeester en wethouders om het nodige te doen om de bijstandsgerechtigden naar arbeid te geleiden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen