CRvB 29 september 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK0480

De Raad volgt appellant niet omdat de eerste kosten waarvoor bijzondere bijstand is aangevraagd zijn gemaakt in mei 2005, terwijl het besluit van 21 april 2006 ziet op kosten die zijn gemaakt vanaf september 2005. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat dit geen bijzondere omstandigheid is in de zin van artikel 4:84 (slot) van de Awb die een afwijking van het beleid rechtvaardigt. De Raad onderschrijft hetgeen de rechtbank in dat verband heeft overwogen, te weten dat “bij de toekenning van bijzondere bijstand het eerder regel dan uitzondering zal zijn dat de draagkrachtperiode (veel) langer is dan de datum of periode waarop de aanvraag voor bijzondere bijstand betrekking heeft”. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat appellant geen bijzondere omstandigheden naar voren heeft gebracht op grond waarvan hij met overeenkomstige toepassing van artikel 4:84 (slot) van de Awb van zijn beleid heeft kunnen afwijken. De Raad stelt vast dat appellant in het ter uitvoering van de aangevallen uitspraak genomen besluit van 26 januari 2009 in het geheel niet heeft onderbouwd dat en waarom de draagkracht van betrokkene hetzelfde blijft indien de draagkrachtperiode vanaf 1 mei 2005 op een jaar wordt bepaald. Ondeugdelijke motivering besluit. Nieuwe beslissing op bezwaar binnen zes weken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen