CRvB 6 oktober 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK0399

Verplichtingen tot arbeidsinschakeling. Omvang geding. Procesbelang. Besluit. Onder verwijzing naar zijn uitspraak van 28 juli 2009, LJN BJ4443, is de Raad van oordeel dat de mededeling in de brief van 11 juli 2007 dat appellant op een Work First traject bij het bedrijf is geplaatst een nadere concretisering van de (...) re-integratieverplichting inhoudt. Deze mededeling strekt er niet slechts toe appellant te herinneren aan de gelding van die re-integratieverplichting, doch is gericht op zelfstandig rechtsgevolg. Hieruit volgt dat met de brief van 11 juli 2007 reeds een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit over de plaatsing van appellant op een traject bij het bedrijf was afgegeven. Van een niet tijdig nemen van een dergelijk besluit was dan ook geen sprake, zodat het College het bezwaar daartegen bij besluit II terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De op 12 september 2007 door het College aan appellant gegeven schriftelijke waarschuwing is gebaseerd op de opvatting dat hij niet heeft voldaan aan één of meer verplichtingen. Het College heeft geen gevolgen voor de bijstand van appellant verbonden aan het niet voldoen aan de voornoemde verplichtingen. De Raad stelt vast dat voor de aan appellant gegeven waarschuwing in de WWB geen grondslag kan worden gevonden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen