CRvB 2 oktober 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9301
Herziening en terugvordering wegens ten onrechte betaalde toelage en onterecht bezit van de OV-studentenkaart. Verweerster heeft na controle bij de onderwijsinstelling terecht vastgesteld dat eiser niet meer ingeschreven stond als leerling. Uit een mailwisseling tussen de onderwijsinstelling en de Informatie Beheer Groep blijkt, dat eiser uitgeschreven is omdat hij om disciplinaire redenen van school verwijderd was. De rechtbank is met verweerster van oordeel, dat er geen andere mogelijkheid meer open stond dan vast te stellen dat eiser vanwege de uitschrijving niet langer aanspraak kon maken op studiefinanciering, omdat niet was voldaan aan de voorwaarde van inschrijving voor een beroepsopleiding, zoals die voorwaarde is neergelegd in artikel 2.4 van de Wsf 2000. Eiser heeft er niet voor gezorgd dat hij direct na de uitschrijving bij de onderwijsinstelling en dus direct na het einde van zijn aanspraken op studiefinanciering de OV-studentenkaart inleverde en de rechtbank ziet geen enkele grond om aan te nemen dat hem dat niet zou kunnen worden toegerekend. De rechtbank is niet gebleken dat verweerster bij de herziening en bij de terugvordering is getreden buiten de voorwaarden, die de bepalingen stellen. Verweerster heeft terecht overwogen dat er niet gebleken is van (zeer) bijzondere individuele omstandigheden op grond waarvan toepassing van de hardheidsclausule zou zijn gerechtvaardigd. De Raad heeft geen enkel aanknopingspunt kunnen vinden voor een ander oordeel dan waartoe de rechtbank is gekomen. De Raad verenigt zich met de door de rechtbank gebezigde overwegingen en maakt die tot de zijne.
De uitspraak op rechtspraak.nl