CRvB 30 september 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9051
WAO-uitkering is bij besluit van 20 april 2005 per 1 april 1989 geschorst, omdat appellant geen gehoor gaf aan controleverzoeken. Tot september 2004 geen contact met Uwv wegens (o.a.) detentie. Na verzekeringsgeneeskundig onderzoek wordt uitkering per 8 november 2003 heropend. Hangende hoger beroep volgt alsnog beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid vanaf april 1989. Raad beoordeelt dat besluit o.g.v. art. 6:18/6:19 Awb. Zoals de Raad al vaker heeft overwogen – zie b.v. CRvB 27-03-2008, LJN BC8066 – dient in gevallen van een late melding het risico voor onduidelijkheid voor rekening van betrokkene te blijven. De Raad heeft voorts in zijn rechtspraak tot uitdrukking laten komen dat in het geval de ACD niet meer ter beschikking stond de schatting op goede gronden kon worden ontleend aan het FIS en dat de enkele gebruikmaking van het CBBS als ondersteunend systeem bij schattingen niet tot relevante verschillen in uitkomst leidt in vergelijking met een schatting waarbij (nog) gebruik is gemaakt van het FIS. Het Uwv heeft zich in het besluit van 10 februari 2009 op het standpunt gesteld dat het niet meer mogelijk is concrete functies aan te wijzen, waarvan kan worden aangetoond dat die in 1989 bestonden, hetgeen in de gegeven omstandigheden voor rekening en risico van appellant dient te komen. Renteschade is deels het gevolg van zeer late verzoek tot hervatting van uitkering, toekenning renteschade met ingang van 1 oktober 2003.
De uitspraak op rechtspraak.nl