CRvB 16 september 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9008
Vaststelling eigen bijdrage. Onder verwijzing naar zijn uitspraak van 9 mei 2007 (LJN BA7247) is de Raad van oordeel dat in het bepaalde bij en krachtens de AWBZ geen wettelijke grondslag wordt gevonden voor het niet opleggen, matigen of kwijtschelden van inkomensafhankelijke eigen bijdragen als de onderhavige. Hiermee is gegeven dat de in de brieven van de staatssecretaris van 3 mei 2004 en 18 augustus 2004 vastgestelde kwijtscheldingsregeling moet worden aangemerkt als buitenwettelijk, begunstigend beleid. Dit beleid is door De Goudse overgenomen. Naar vaste rechtspraak van de Raad dient de bestuursrechter het bestaan en de inhoud van dergelijk beleid als een gegeven te aanvaarden en blijft de rechterlijke toetsing als gevolg daarvan beperkt tot de vraag of het beleid consistent wordt toegepast. Dit betekent dat er geen ruimte is voor beoordeling van het standpunt van appellant dat het beleid tot willekeur en strijd met het gelijkheidsbeginsel leidt. De Raad ziet geen grond om de kwijtscheldingsregeling (niettemin) ook op hem toe te passen. Dit betekent dat de in het besluit van 18 februari 2005 gehandhaafde weigering van de kwijtschelding van de opgelegde eigen bijdrage van € 1.042,32 in stand blijft. Het met terugwerkende kracht tot 29 december 2003 in rekening brengen van het verhoogde uurtarief van € 11,80, kan naar het oordeel van de Raad evenmin slagen. Met betrekking tot de berekening van de eigen bijdrage van € 171,71 die appellant gedurende 2004 per periode van vier weken voor zorg zonder verblijf is verschuldigd overweegt de Raad dat - ook - in hoger beroep niet is gebleken dat niet op juiste wijze toepassing is gegeven aan het bepaalde in artikel 16d, tweede lid, van het Bijdragebesluit zorg.
De uitspraak op rechtspraak.nl