CRvB 25 augustus 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7708
Terugvordering bijstandsuitkering. Het college heeft dit besluit ingetrokken waarmee de terugvordering is komen te vervallen. Vaststaat dat het College bij het besluit van 17 juni 2009 geheel aan het bezwaar tegen het besluit van 13 maart 2006 is tegemoetgekomen en de terugvordering niet langer heeft gehandhaafd. Daarmee staat de onrechtmatigheid van het besluit van 13 maart 2006 in rechte vast. Met het onrechtmatige besluit van 13 maart 2006 heeft het College een onrechtmatige daad begaan jegens appellant. Die onrechtmatige daad dient het College te worden toegerekend. Daarmee is de schadevergoedingsplicht van het College in beginsel een gegeven. Uit de gedingstukken leidt de Raad af dat appellant als gevolg van het onrechtmatige besluit van 13 maart 2006 schade heeft geleden in verband met de invordering van het bedrag van de terugvordering. Zo is in het aanvullend beroepschrift aangevoerd dat in verband met de vordering 10% van de maandelijkse uitkering wordt inhouden. Bovendien vermeldt het besluit van 17 juni 2009 dat de reeds ingehouden bedragen aan appellant zullen worden gerestitueerd. Derhalve staat vast dat als gevolg van de inhouding aan appellant een te laag bedrag aan bijstand is betaald. De schade, die ingevolge artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek wordt gevormd door wettelijke rente over de ten onrechte ingehouden bedragen, is toewijsbaar vanaf de dag waarop de uitkering slechts ten dele is uitbetaald. Voor zover appellant ter aflossing van de - inmiddels vervallen - vordering betalingen aan het College heeft gedaan, zijn die betalingen onverschuldigd gedaan. De door appellant als gevolg van deze onverschuldigde betaling gederfde inkomsten uit rente zijn eveneens aan te merken als schade voortvloeiend uit het besluit van 13 maart 2006 en dienen door het College te worden vergoed. Deze schade wordt eveneens gevormd door wettelijke rente en is toewijsbaar vanaf het moment dat het bedrag van de onverschuldigde betaling van de rekening van appellant is afgeschreven. Bij het voorgaande geldt dat telkens na afloop van een jaar het bedrag waarover rente wordt berekend, dient te worden vermeerderd met de over dat jaar verschuldigde rente.
De uitspraak op rechtspraak.nl