CRvB 27 augustus 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7006

Hoogte bedrag schadeloosstelling. De Raad kan het college grotendeels volgen in zijn standpunt dat (...) een regeling is getroffen die, gelet op alle omstandigheden, redelijk is te achten. Het college blijft echter naar het oordeel van de Raad in gebreke waar het geen enkele compensatie heeft geboden voor de nalatigheid om in volle omvang uitvoering te geven aan het trajectplan. De rechtbank en de Raad hebben daarover, zoals blijkt uit de (...) overwegingen, geen onduidelijkheid laten bestaan. Omdat daarbij gewezen is op een te verwachten activiteit van appellante en op een begrenzing in de tijd, ziet de Raad dit laatste moment aangebroken op 1 januari 2007. Gesteld kan worden dat appellante vanaf de datum van het haar verleende ontslag tot 1 januari 2007 ten onrechte niet in het genot is gebleven van haar volledige bezoldiging. Zij heeft daarom over die periode aanspraak op aanvulling van de door haar genoten ontslaguitkeringen tot het bedrag van haar laatste bezoldiging. De Raad voorziet zelf. Gemachtigde gemeente. Uitkeringsrelatie appellante. De Raad heeft (...) wel met enige zorg van de uitlatingen van appellante, ook ter zitting, kennis genomen. Hij veroorlooft zich daarom de opmerking dat het zijns inziens aanbeveling verdient dat het college zich die zorg ter harte neemt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen